|
1.5. Generatieverschillen en omgangsongemak |
|
Generatieverschillen en omgangsongemak, hoe kijkt u ertegen aan?
- Is er bij uw oudere werknemers bijvoorbeeld in de omgang met jongere collega’s sprake van een generatiekloof? Waar blijkt dat uit?
- Herkent u omgangsongemak bij u zelf? Wat vindt u precies lastig in het aansturen van uw oudere of jongere werknemers?
- Wat zou u er aan kunnen doen?
- Beïnvloedt dit uw kijk op een volgende loopbaanfase?
De oudere werknemers van nu behoren tot de 'babyboomers' van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Generaties worden gevormd door gedeelde ervaringen en waarden en die een gemeenschappelijk kader geven. Verschillende generaties kijken anders tegen leven en werken aan. Dit kan tot botsingen leiden, al denken of reageren natuurlijk niet alle leden van een generatie hetzelfde.
De ‘babyboomers’ kunnen door hun specifieke kader en de waarden die erbij horen problemen hebben met ouder worden: Met leiding geven en krijgen, conflictoplossing, omgaan met saai, onplezierig of betekenisloos werk en de balans tussen werk en privé. Soms wantrouwt men economische motieven en het bedrijfsleven.
Jongeren kunnen omgangsongemak ervaren, als ze merken dat de oude rotten die hun sporen hebben verdiend minder makkelijk aan te sturen zijn. Soms hebben werkgevers daardoor moeite hun problemen met hun oudere werknemers net zo aan te pakken als bij het jongere personeel. Hen tot de orde roepen en corrigeren kan ongemakkelijkheid oproepen of schuldgevoel, wat tot vermijdingsgedrag kan leiden. Het gevolg is dat ouderen te weinig of vage feedback over hun prestaties krijgen, met het risico geïsoleerd te raken.
Ouderen moeten vaker onder wat zij zien als ‘broekies’ functioneren. Dat kan soms spanningen met zich meebrengen. Aan de andere kant moeten ouderen die minder zijn gaan functioneren daarmee niet ‘wegkomen’ op grond van senioriteit. Zij moeten leren openstaan voor verandering en voor opties zoals demotie. Vóór alles geldt: vroeg herkennen van stagnatie en het aankaarten is beter dan ingrijpen als door disfunctioneren de weg terug (bijna) is afgesloten.
Met ouder worden moet iedereen, ook op het werk, leren omgaan. Het gaat om een relativerende instelling, nieuwe mogelijkheden verzinnen en daarvoor gaan. Zo’n mentaliteit is te leren. Zelf kunt u ook denken aan het signaleren van stagnatie, verbeteren van contact, duidelijke instructies en heldere feedback geven, positief motiveren (belonen wat goed gaat).
|