Stap 1: Wat wil ik met mijn bedrijf?
1.6. Beeldvorming en vooroordelen

 Beeldvorming en vooroordelen over leeftijd, hoe zit het bij u?

  • Zijn er negatieve algemene beelden van jongeren en ouderen in uw bedrijf? Welke?
  • Hoe kunt u de invloed van vooroordelen tegengaan? Denk aan bewustwording (ombuiging naar meer realistische beelden), niet-discriminerend scholingsbeleid, leeftijdsneutraler loopbaanbeleid.
  • Hoe beïnvloedt beeldvorming uw kijk op de volgende loopbaanfase van een individuele werknemer?
  • ‘Men’ denkt dat ouderen minder productief zijn en zich slechter aanpassen aan technologie dan jongeren. Werkgevers denken bij een vergijzend personeelsbestand ten onrechte aan hogere arbeidskosten, hoog verzuim, weinig bereidheid tot verandering en lage motivatie. Ze nemen daarom minder graag ouderen aan en investeren voor hen minder in scholing en loopbaanbegeleiding.
  • Bedenk dat ouderen onderling meer verschillen dan jongeren. Kalenderleeftijd zegt weinig over individuele mogelijkheden en beperkingen, inzet of vaardigheden. De één laat zijn netwerken vroeg uitsterven, de ander begint op hoge leeftijd nog enthousiast aan iets nieuws. De een reageert soepel op veranderingen, de ander voelt zich bedreigd.
  • Er zijn grote zichtbare verschillen tussen oudere werknemers, de stereotypes gaan hieraan voorbij en dat frustreert velen. Oudere werknemers worden door die negatieve beeldvorming ook zelf veantwoordelijk gesteld voor hun problemen en voor de oplossing daarvan (‘het slachtoffer de schuld geven’), terwijl collega’s en werkgever kunnen vasthouden aan een positief beeld van zichzelf. Dan raken echte oplossingen zoals aanpassingen  van de werkplek, een andere functie-inrichting, trainingsprogramma’s, een beter loopbaanbeleid, of het beter leeftijsbestendig maken van functies (als onderdeel van leeftijdsbewust personeelsbeleid) uit het zicht. In het uiterste geval geven mensen het gevecht tegen de bierkaai op. Anderen gaan zich naar de negatieve etiketten gedragen: het rustiger aandoen, minder verantwoordelijkheid nemen, etc. Dat tast de eigenwaarde, de productiviteit en het werkplezier aan.
  • Feit is dat het overgrote deel van de ouderen zeker tot hun 65ste à 70ste lichamelijk en geestelijk gezond kunnen werken. In de meeste beroepen en voor de meeste taken heeft normale lichamelijke achteruitgang geen invloed op de prestaties. Ook is veel werk aan te passen aan lichamelijke beperkingen.
  • Extra alertheid is nodig voor functies waarin meerdere risico's samenkomen, zoals fysiek belastend, laagbetaald en eentonig werk, lange functieduur en een ongezonde leefstijl. Ook moet met de leeftijdsaspecten van functiebelasting en beroeps- en bedrijfsrisico’s rekening worden gehouden. Met de leeftijd afnemende belastbaarheid kan hierbij helpen.
  • Juist vanwege de grote verschillen tussen mensen zijn algemene maatregelen vanaf een bepaalde kalenderleeftijd maar zelden effectief. Ook hebben algemee uitspraken over belasting en belastbaarheid, of over werkhouding en mentaliteit geen reële gronden. Laat u daarom niet leiden door wat ‘men’ van ouderen verwacht, maar ga uit van het feitelijke (huidige) functioneren. Ga binnen uw bedrijf na waar leeftijd meespeelt in de belastbaarheid en zoek er oplossingen voor. U bent verplicht uw werknemers te beschermen tegen beroeps- en bedrijfsrisico’s.
  •