Stap 1: Wat wil ik met mijn bedrijf?
1.7. Productiviteit, prestatie en functioneren

 Productiviteit, prestaties en functioneren, wat vindt u ervan en wat kunt u ermee?

  • Hoe ziet u de productiviteit van uw oudere werknemers in vergelijking met hun jongere collega’s?
  • Hoe kunt u ze helpen om productiever te zijn, slimmer te werken of hun sterke kanten in hun werk beter te benutten? Denk aan een andere inrichting van hun functie of verandering van taken.
  • Wat merkt u van veranderingen in de vermogens van uw werknemers?
  • Wat is er achteruitgegaan en waarin zijn ze beter geworden? Vraag uw werknemer het voor zichzelf na te gaan. Waar ziet hij kansen of verwacht hij problemen? Hoe zou dat opgevangen/uitgebuit kunnen worden in zijn volgende loopbaanfase?
  • Kan het werk anders ingericht worden door taken te verdelen of van functie te veranderen?

  • Dat oudere werknemers minder productief zijn dan jongere is niet bewezen. Onderzoek wijst uit dat de productiviteit van oudere werknemers in de meeste functies niet duidelijk afwijkt van die van jongeren, terwijl sommige oudere werknemers zelfs aanzienlijk beter presteren dan hun jongere collega’s. Verder wordt productiviteit meer dan door leeftijd beïnvloed door motivatie, investering in opleidingen en goed personeelsbeleid.
  • Voor zover de productiviteit van oudere werknemers inderdaad afneemt, komt dat eerder door ‘achterstallig onderhoud’ in scholing dan door de leeftijd.
  • Oudere werknemers ontwikkelen manieren om slimmer te werken. Ze richten zich meer op wat echt belangrijk is, laten zich minder afleiden door onvoorziene gebeurtenissen en behouden meer het overzicht. Ze hebben dan wel voldoende ‘regelruimte’nodig om hun werk zelf in te richten.
  • Door taken te veranderen of taakonderdelen die hun zwaar vallen door anderen te laten uitvoeren kunnen oudere werknemers op niveau (blijven) presteren.
  • Sommige vermogens en vaardigheden gaan achteruit met de leeftijd, andere ontwikkelen zich verder, met grote verschillen tussen individuen.
  • De geestelijke vermogens die betrekking hebben op snelheid en ruimtelijk inzicht of het leggen van nieuwe verbanden gaan achteruit. Daarnaast hebben ouderen ook vaak meer aandachtsproblemen (gedeelde, snel wisselende of langdurige aandacht). In het werk wordt dit vaak gecompenseerd door ervaring. Ook fysieke achteruitgang (tragere reacties, afname kracht en zintuigen) wordt met ervaring gecompenseerd. Daarnaast zijn de lichamelijke eisen van het werk tegenwoordig vaak lager (met uitzondering van slijtende beroepen en bepaalde sectoren als de zorg en bouw).
  • Wel valt door de vereffening van het dagnachtritme ouderen de nachtdienst gemiddeld zwaarder.
  • De vermogens die samenhangen met kennis, ervaring en vaste procedures uitvoeren gaan er, zeker tot het 65ste jaar, alleen maar op vooruit. Inzicht en overzicht berusten op deze vermogens. Soms is er sprake van verdere persoonlijke groei of een toename van ‘wijsheid’. Dit is verantwoordelijk voor de grote verschillen tussen de ene oudere en de andere.