Stap 1: Wat wil ik met mijn loopbaan?
1.5. Generatieverschillen en omgangsongemak

 

Generatieverschillen en omgangsongemak, wat herkent u ervan?
  • Is er in uw bedrijf sprake van vooroordelen over verschillende leeftijdsgroepen?
  • Hebt u problemen met de ideeën en de instelling van collega’s uit andere leeftijdsgroepen? Of zij met de uwe?
  • Merkt u wel eens dat uw werkgever u maar een beetje uw gang laat gaan, ook als u eigenlijk liever had dat hij precies vertelde wat wel en niet de bedoeling is?
  • Wat weerhoudt u eventueel om hierom te vragen?
  • Wat zou u eraan kunnen doen? Denk aan het verbeteren van het contact met de chef en rechtstreeks om commentaar vragen als hij er niet mee komt. Het lijkt de omgekeerde wereld, maar dat is maar betrekkelijk. Verplaats u eens in de positie van een jonge dertiger die u moet vertellen wat u moet doen. Waarom zou hij dat niet ongemakkelijk kunnen vinden?
  • Beïnvloedt dit uw kijk op uw volgende loopbaanfase? Of op eerder stoppen met werken?
  • Verschillende generaties kijken anders tegen leven en werken aan. Dit kan tot botsingen leiden, al denken of reageren natuurlijk niet alle leden van een generatie hetzelfde.
  • De ‘babyboomers’ van vlak na de Tweede Wereldoorlog kunnen problemen hebben met ouder worden, leiding geven en krijgen, conflictoplossing, omgaan met saai, onplezierig of betekenisloos werk en  combinatie werk-privé.
  • Jongeren kunnen ongemak ervaren, als ze merken dat de oude rotten die hun sporen hebben verdiend minder makkelijk aan te sturen zijn. Soms hebben werkgevers daardoor moeite hun problemen met hun oudere werknemers net zo aan te pakken als bij het jongere personeel. Hen tot de orde roepen en corrigeren kan ongemakkelijkheid oproepen of schuldgevoel, wat tot vermijdingsgedrag kan leiden. Het gevolg is dat ouderen te weinig of vage feedback over hun prestaties krijgen. Wat kan leiden tot een eenzame positie binnen een team.
  • Ouderen moeten vaker onder wat zij zien als ‘broekies’ werken. Dat kan soms spanningen met zich meebrengen. Aan de andere kant moeten ouderen die minder zijn gaan presteren daarmee niet ‘wegkomen’ op grond van van hun leeftijd. Zij moeten leren openstaan voor verandering en voor mogelijkheden zoals demotie (stapje terug). Vóór alles geldt: vroeg herkennen van vastlopen en het aankaarten is beter dan ingrijpen als door slecht presteren de weg terug (bijna) is afgesloten.
  • Met ouder worden moet iedereen, ook op het werk, leren omgaan. Het gaat om relativeren, nieuwe mogelijkheden verzinnen en daarvoor gaan. Zo’n mentaliteit is te leren.
  •