|
1.7. Productiviteit, prestatie en functioneren |
|
Productiviteit, prestaties en functioneren, wat vindt u ervan en wat kunt u ermee?}
Wat vindt u van uw eigen prestaties vergeleken met collega’s?
Wat doet u zoal om uw prestaties op niveau te houden en bij te blijven?
Wat is er bij u achteruit gegaan en waarin bent u beter geworden of gegroeid? Waar ziet u kansen of verwacht u problemen?
Wat kunt u zelf doen om uw prestaties op niveau te houden?
Welke manieren ziet u om slimmer te werken?
Beïnvloedt dit uw kijk op de volgende loopbaanfase?
Voor de overtuiging dat oudere werknemers minder presteren dan jongere bestaat geen bewijs. Onderzoek wijst uit dat de productiviteit van oudere werknemers meestal niet duidelijk afwijkt van die van jongeren, terwijl sommige oudere werknemers zelfs aanzienlijk beter presteren dan hun jongere collega’s. Verder wordt productiviteit meer beïnvloed door motivatie, investering in opleidingen en goed personeelsbeleid dan door leeftijd.
Voor zover de prestaties van oudere werknemers inderdaad afnemen, komt dat eerder door ‘achterstallig onderhoud’ in scholing dan door de leeftijd.
Oudere werknemers ontwikkelen manieren om slimmer te werken. Ze richten zich meer op wat echt belangrijk is, laten zich minder afleiden door onvoorziene gebeurtenissen en behouden meer het overzicht. Ze hebben dan wel voldoende ‘regelruimte’ nodig om hun werk zelf in te richten.
Neem afstand van de vooroordelen over leeftijd en werk. Kijk waar u goed in bent en waar u dat het liefst wilt toepassen.
Door taken te veranderen of taakonderdelen die hun zwaar vallen door anderen te laten uitvoeren kunnen oudere werknemers op niveau (blijven) presteren.
Sommige vermogens en vaardigheden gaan achteruit met de leeftijd, andere ontwikkelen zich verder, met grote verschillen tussen individuen.
Achteruit gaan de vermogens die betrekking hebben op snelheid en ruimtelijk inzicht of het leggen van nieuwe verbanden. Daarnaast hebben ouderen ook vaak meer aandachtsproblemen (gedeelde, snel wisselende of langdurige aandacht). In het werk wordt dit vaak gecompenseerd door ervaring. Ook lichamelijke achteruitgang (tragere reacties, afname kracht en zintuigen) wordt met ervaring gecompenseerd. Daarnaast zijn de lichamelijke eisen van het werk tegenwoordig vaak lager (met uitzondering van slijtende beroepen en bepaalde sectoren als de zorg en bouw).
De nachtdienst valt gemiddeld zwaarder.
De vermogens die samenhangen met kennis, ervaring en vaste procedures uitvoeren gaan er, zeker tot het 65ste jaar, alleen maar op vooruit. Inzicht en overzicht zijn gebaseerd op deze vermogens. Soms is er sprake van verdere persoonlijke groei of een toename van ‘wijsheid’. Dit zorgt voor de grote verschillen tussen de ene oudere en de andere.
|