Stap 3: Gesprek(ken) voorbereiden
3.2. Planning en structuur van het Kroongesprek: het inhoudelijke gesprek

In deze fase werkt u de afgesproken gespreksagenda punt voor punt af, volgens de afgesproken structuur. Wat kan er gebeuren tijdens het gesprek?

  • Wat u hoort is zo nieuw dat u niet direct overziet wat u ervan vindt. Check dan of u alles, ook het waarom, goed heeft begrepen. Stel dan voor om het onderwerp voorlopig te laten rusten: ofwel door te gaan naar een volgend onderwerp, of te stoppen voor vandaag omdat u het voorstel wilt overdenken.
  • Het eerste onderwerp kost zoveel tijd dat u er niet binnen de geplande tijd uitkomt. Spreek dan af de volgende keer weer verder te gaan.
  • U bent het vrij snel eens over de resterende periode of het al dan niet met elkaar doorgaan. Ga dan in op hoe u met elkaar verder wilt, dan wel hoe u uit elkaar wilt gaan. Als hoe u wilt doorgaan van invloed is op hoe lang u wilt doorgaan, zal het ‘hoe’ eerst aan de orde moeten komen.
  • Inleiding: Aan het begin van een gesprek formuleert u nog eens het doel: het werk zo prettig en productief mogelijk te maken en te houden tot aan de volgende loopbaanfase (of tot einde pensioen). Beide partijen spreken de bedoeling uit om er een opbouwend gesprek van te maken dat volgens de afgesproken spelregels verloopt.
  • Eerste onderwerp: De resterende periode in dienst is het meest logische onderwerp om mee te beginnen, al ligt het voor geen van beiden nog helemaal vast.Vertel wat u wilt en waarom u dat wilt. Als het waarom u niet duidelijk wordt, vraag daar dan over door.
  • Samenvatten: Als u denkt dat u snapt wat de ander bedoelt, geef dan een samenvatting in eigen woorden en vraag of die samenvatting volgens uw gesprekspartner klopt.
  • Om het gesprek zo efficiënt en productief mogelijk te laten verlopen zijn dit nog een aantal handige tips:

  • Hoe de volgorde ook wordt, de aanpak blijft hetzelfde:
  • Vertel allebei wat u wilt en waarom;
  • Krijg voor uzelf duidelijk waarom de ander dat wil;
  • Check dat wat u denkt over wat de ander wil ook klopt.
  • Als er voor een bespreekpunt (bijvoorbeeld ‘veranderingen in taken’) een oplossingsrichting is gekozen, ga dan samen na hoe u het voor elkaar beter of leuker kunt maken en of het efficiënter kan.
  • Dit zoeken naar win-win leidt tot een lijst met gezamenlijke doelen.
  • Bepaal wat elk van beiden kan doen.
  • Als er nog dingen uitgezocht moeten worden, spreek dan af wie op dat punt wat doet en wanneer dat voor elkaar moet zijn.
  • Herhaal dit met alle bespreekpunten die in dit gesprek aan de orde komen.
  • Formuleer per afgerond punt voorlopige afspraken.

  • Zoeken naar win-win

    Doorvragen over motieven maakt het gemakkelijker om tot voordeel voor beiden te komen. Als u het oneens bent met een concreet voorstel, maar wel met de reden waarom, dan verzint u gemakkelijker een alternatief.

    Een andere vorm van win-win is samen bedenken wat nog meer mogelijk is. Dingen die de één zonder veel moeite of kosten kan leveren, terwijl ze voor de ander belangrijk zijn. Een vervanger inwerken in ruil voor een iets langere aaneensluiting van vakantiedagen. Of een bepaalde werkverandering in ruil voor ondersteuning bij het volgen van een opleiding.

  • Een werknemer wil ontslag nemen omdat hij een nieuwe omgeving wil, maar de werkgever wil hem (nog) niet kwijt, omdat hij geen vervanger heeft. Misschien is parttime detachering, in combinatie met het inwerken van een vervanger een oplossing die aan de motieven van beiden tegemoetkomt.
  • Een werknemer wil een bepaalde andere functie, vooral omdat hij daarin meer met mensen omgaat. Als die functie buiten bereik ligt, is een andere functie met dezelfde aspecten misschien wel mogelijk.
  • Iemand wil ophouden met werken omdat hij voor zijn zieke vrouw wil zorgen. Thuiswerken is misschien een oplossing.
  •